Het bos, meer dan een bron van zuurstof en rust

Coöperatieve ecosystemen

Een voedselbos is een voorbeeld van permacultuur, een concept dat in de jaren ’70 van de vorige eeuw ontstond in Australië. Monoculturen zorgden daar destijds voor bodemproblemen. Daarom ontwikkelde men een nieuw voedselproductiesysteem waarbij landbouw en natuur gecombineerd werden. Het vraagt een compleet andere instelling, waarbij veel aandacht uitgaat naar eenheid met de natuur, en het creëren van ecosystemen waarbinnen gewassen elkaar helpen. Ook boslandbouw is een vorm van permacultuur.

Je kan permacultuur en voedselbossen daarom omschrijven als diehard ecologisch/biologisch tuinieren. Ook daarbij staan natuurlijke en duurzame methodes voorop, maar er wordt nog steeds veel ingegrepen door de boer of tuinder: de grond wordt gespit en er wordt elk jaar opnieuw gezaaid volgens een strikte teeltwisseling.

“Een voedselbos bestaat uit bomen, struiken, planten en kruiden – het heeft dezelfde gelaagdheid als een natuurlijke bosrand – die zo veel mogelijk eetbaar zijn en samen een ecosysteem vormen dat zichzelf in stand houdt. In een voedselbos produceren we dus voedsel en verbeteren we tegelijkertijd het milieu en de biodiversiteit” - Louis De Jaeger

Intergenerationeel lokaal investeren

Een voedselbos aanleggen een project is van meerdere generaties. De kans bestaat dat je er zelf niet meer de (volledige) vruchten van plukt, maar wel je kinderen en kleinkinderen. Daarom is het interessant om intergenerationeel aan de slag te gaan nu. Een voedselbos moet gedragen zijn vanuit de lokale gemeenschap. Omgekeerd moet het ontwerp van het bos aangepast zijn aan de buurt.